achtergrond afbeelding Wij zijn Heerde
 
Recreatie
 Wonen, Werken, Winkelen 
Activiteiten
Cittaslow

70 jaar Zwolse bos

Van de Heerder heide naar het Zwolse bos. In afstand een korte wandeling maar in de tijd hebben we een stukje te gaan.

Vragen die we onderweg tegenkomen; Wat doet een pompstation midden in het bos bij Wapenveld en waarom heeft het bos de naam van de Hanzestad aan de andere kant van de IJssel?

 

Startpunt is de parkeerplaats Veluwe Pompstation. De naam van de parkeerplaats aan de Wapenveldseweg, uitgangspunt voor wandelingen in het Zwolse Bos, spreekt niet voor zichzelf, want je vindt er geen pompstation. Vroeger wel: van 1892 tot in de jaren 50 van de twintigste eeuw werd vanuit dit drinkwaterpompstation schoon water naar de stad Zwolle gepompt.

 

Drinkwaterpompstation

Tot 1892 kwam het drinkwater in Zwolle uit waterputten en pompen; het was vaak van slechte kwaliteit en niet bevorderlijk voor de gezondheid van de Zwolse bevolking. De gemeente liet daarom onderzoeken of schoon water van buiten de stad aangevoerd kon worden. Er werden op verschillende plaatsen boringen en onderzoeken gedaan en de conclusie was, dat de heide bij Heerde het meest geschikt was als bron voor een grondwaterleiding. Begin 1892 kocht de gemeente Zwolle om die reden circa 469 hectare woeste grond, de Heerder heide, van de gemeente Heerde. Ze deden dit voor een bedrag van ruim 32.000 gulden. In mei 1892 werd met inzet van veel mensen en middelen begonnen met de bouw en aanleg van verschillende bouwwerken. Zo kwam er aan de Wapenveldse weg een waterpompstation en woningen voor de machinist en de stoker. Voor de aanvoer van steenkolen en andere materialen werd een los- en laadplaats aangelegd bij de Flessenbergerbrug over het Apeldoorns kanaal; daarvandaan liep een tramweg langs de grindweg van het Loo naar Hattem en langs de Wapenveldse weg. Op de Turfmarkt in Zwolle werd dat zelfde jaar een watertoren gebouwd. Hier werd het drinkwater opgeslagen, dat via een buizennetwerk vanuit het pompstation werd aangevoerd, langs de grindweg van Heerde naar Hattem, door de Ridder- en de Kruisstraat in Hattem, naar de Bottestreng, een sloot die uitmondde in de IJssel. Vervolgens ging het water over diverse percelen, via de Willemsvaart en de Veerallee tot de keersluis, waar het het buizennet bereikte dat in de straten en wijken van Zwolle werd aangelegd. Met het maken van huisaansluitingen werd op 1 december 1892 begonnen. Toen ongeveer tweehonderd huizen waren aangesloten en het buizennet voldoende was doorgespoeld, werd de waterleiding op 29 december 1892 feestelijk voor publiek geopend. Diezelfde dag stroomde voor het eerst in enkele huizen vers en fris water uit de kraan.

De stad Zwolle groeide en de vraag naar drinkwater nam zo snel toe, dat naar andere bronnen werd gezocht. Begin jaren 50 werd het Veluwe Pompstation buiten werking gesteld. En in de jaren 60 werd het pompstation afgebroken. Op de plek waar het heeft gestaan, is nog steeds de voormalige gevelsteen te zien. Ook is er nog het ‘kret’, de verdiepte sleuf dwars door het bos, waar waterbuizen in hebben gelegen. In natte perioden stond het ‘kret’ vol water en werd er gezwommen. De Wapenveldseweg wordt door mensen uit de omgeving nog steeds de Zwatteweg genoemd, naar het kolengruis dat achterbleef tijdens de jarenlange transporten van de cokes waarmee het pompstation werd gestookt.

Van Heerder heide naar het Zwolse bos

In de beschreven periode was de Heerder heide zo goed als verdwenen.  De gemeente Zwolle vond het zonde om percelen die niet voor de waterleiding werden gebruikt, ongebruikt te laten liggen. Het Rijk moedigde tegelijkertijd de aanleg van bossen financieel aan en in augustus 1910 begon de gemeente Zwolle met de aanplant van productiebos. Een stuk heide werd geëgaliseerd, bemest, ingedeeld en afgerasterd. Het terrein werd eerst met lupinen bezaaid. Verder werden wegen aangelegd en er werden een ossenstal en een voorwerkerswoning gebouwd. Daarna werd het terrein met naaldhout beplant voor de houtproductie.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog pootte men ook aardappelen en werd rogge ingezaaid, als bijdrage voor de voedselvoorziening van de stad Zwolle. In de jaren daarna werd de verbouw van landbouwproducten verder uitgebreid. Maar in de jaren 1928 en 1929 waren de landbouwresultaten slecht en geleidelijk werd de landbouwgrond weer bebost.

In de jaren 30 werden werklozen uit Zwolle in de bossen te werk gesteld. Zij hielden zich bezig met de aanplant van sneller groeiende houtsoorten, wat zorgde voor een vermenging van naaldhout en loofhout. Deze maatregel leidde tot bodemverbetering, vermindering van brandgevaar en een betere vogelstand en het verhoogde de natuurschoonwaarde van het boscomplex.

In 1949 werd de naam “Heerder heide” veranderd in “het Zwolse bos”. Het moest voor de inwoners van Zwolle een plek worden om te recreëren. In 1953 werden nog plannen gemaakt voor een theeschenkerij op de fundamenten van het pompstation, maar men dacht toch dat het bos te ver weg was voor de Zwolse bevolking dat tot een succes te maken. Omdat het pompstation was opgeheven en recreatie niet van de grond kwam,  verkocht Zwolle het boscomplex aan Staatsbosbeheer. Voorwaarde was wel dat het complex als bos in stand moest worden gehouden en dat het terrein voor publiek opengesteld moest blijven. De winst van de verkoop werd gebruikt voor de inrichting van park de Weezenlanden, achter het Provinciehuis in Zwolle.

 

Parkeerplaats en werkschuur

Staatsbosbeheer legde wandelroutes aan en zette in latere jaren in op het omvormen van het productiebos naar een bos met meer natuurwaarde. Als werkplaats voor zijn medewerkers bouwde Staatsbosbeheer in de jaren 60 een werkschuur aan de Wapenveldseweg. Op de plek van het voormalige pompstation kwam een parkeerplaats, Veluwe Pompstation, startpunt voor diverse wandelroutes door het Zwolse bos en richting de Tonnenberg. Zo ontstond een prachtig gevarieerd bos met heide en een aantal vennen. Everzwijnen en reeën werden er al veel gezien en door de aanleg van natuurbrug Tolhuis over de A50 in 2013 behoren ook edelherten nu tot de vaste bewoners van het bosgebied.

Nadat door schaalvergroting van Staatsbosbeheer de werkschuur nauwelijks meer werd gebruikt, is deze in 2018 gekocht door het in Zwolle gevestigde QVIST Outdoor Cooking. Een winkel, webshop die zich met materialen en activiteiten op de avontuurlijke buitenkok richt. Ze doen dat vanuit de Zweedse traditie van natuurbeleving. De werkschuur of bosschuur, op z’n Zweeds ‘Skogs Stuga’, is omgedoopt tot ‘The WildKitchen’. De locatie ligt direct naast parkeerplaats Veluwe Pompstation waar de Wapenveldse weg, een half verharde weg met een fietspad ernaast, nu eindigt.

 

Workshops buiten koken

The WildKitchen, de voormalige werkschuur en erf, is een locatie waar in het seizoen van alles te plukken en te proeven is. Er is bijvoorbeeld een bijenstand, er staan bessenstruiken en eikenstammen voor de kweek van paddenstoelen.

Verspreid over het jaar zijn er workshops met als overkoepelend thema “buiten koken”. Zo kun je in april leren koken op houtvuur, in mei ontdekken dat er in de natuur van alles is te plukken, in september met een gids op zoek gaan naar eetbare paddenstoelen (en die ook zelf verwerken in gerechten), in oktober de buit van een jager helpen ontweiden en bereiden en in november ‘Samen koken zoals de Samen koken’, met technieken en ingrediënten uit het noorden van Scandinavië. Naast natuurproducten werken deelnemers in The WildKitchen met lokale en biologische producten. De locatie is off grid en maakt onderdeel uit van CittaSlow Heerde.

Meer informatie over de locatie, activiteiten, en de mogelijkheid om je hiervoor aan te melden, vind je op www.thewildkitchen.nl.